|
In de kast bij de wasmachine staan verschillende soorten wasmiddelen.
Maak de volgende opdrachten.
|
Opdracht:
-
Hieronder
zie je 2 tabellen. In de eerste tabel zie je verschillende wasmiddelen.
-
In
de tweede tabel staan verschillende kledingstukken.
-
Noteer
op je uitwerkblad welk wasmiddel je voor welk kledingstuk gebruikt.
|
tabel 1
| Totaal wasmiddel |
Bont wasmiddel |
Bont wasmiddel |
 |
|
|
| Wol en fijnwasmiddel |
Donker wasmiddel |
|
 |
|
tabel 2
| kledingstuk |
| zwarte spijkerbroek |
| roze T-shirt |
| wit hoeslaken |
| satijnen nachthemd |
| rood dekbedhoes |
| kanten bh |
| paarse wollen trui |
| witte babyromper |
| lichtblauw overhemd |
| gekleurde stoffen zakdoeken |
| |
|